|
In deze paragraaf is een aantal knopen te vinden die veel gebruikt worden
bij het zeilen. De knopen die hierin staan moet eigenlijk elke verkenner
met zijn ogen dicht of achter de rug gemaakt kunnen worden. Want ook bij
storm, regen en duisternis moet je snel iets vast en los kunnen maken.
Waarom zijn er speciale knopen en waarom doen we niet zomaar wat? Wanneer
we een knoop maken moeten we rekening houden met de volgende dingen:
- de knoop mag niet vanzelf los kunnen gaan;
- de knoop moet gemakkelijk weer losgemaakt kunnen worden.
Als we zomaar iets in elkaar knopen, hebben we geen zekerheid dat de
knoop vast blijft zitten. Als we dan maar een paar extra knopen erop leggen,
kunnen we het later waarschijnlijk niet meer los krijgen, laat staan dat
iemand anders het nog los krijgt.
Om dit soort narigheid te voorkomen, gebruiken we een aantal eenvoudige
knopen, die niet vanzelf los kunnen gaan en waarvan iedereen weet hoe
ze losgemaakt moeten worden.
Halve steek/twee halve steken
| Halve steek: Een zeer
eenvoudige knoop die kan dienen om een lijn voorlopig vast te zetten.
Het bezwaar is dat de knoop vanzelf los gaat. Daarom gebruik je hem
bijna nooit alleen. In noodgevallen wordt hij wel gebruikt in plaats
van een takeling of eindsplits (knopen om het rafelen van een touw
te voorkomen).
Twee halve steken ("jachthavensteek"
omdat hij zo gemakkelijk is): Deze dient om een lijn op een ring
of op een paal vast te zetten (als de lijn loodrecht op de paal
trekt). Veel gebruikt bij het afmeren van een schip. Een bezwaar
is dat als er erg veel kracht op komt te staan, de knoop erg vast
kan gaan zitten; daarom is het beter om de eerste halve steek slippend
te maken (zie slipsteek).
|
 |
Mastworp
| De mastworp dient om een
lijn op een paal vast te zetten (als de lijn loodrecht op de paal
trekt).Veel gebruikt bij het afmeren van een schip. Een bezwaar is
dat als er erg veel kracht op komt, de knoop erg vast kan gaan zitten.
Wanneer de lijn niet loodrecht op de paal trekt wordt er een extra
lus bijgelegd. De mastworp wordt ook gebruikt als eerste knoop van
een sjorring bij pionierwerken.
Bij meerpalen kun je hem makkelijk
leggen door twee lussen op de juiste manier over elkaar heen te
leggen. Probeer het eens.
|
 |
Kikker beleggen
Voor het vastzetten van een
val op een kikker geldt het volgende: de kracht op de lijn moet op
de kikker worden overgebracht door een aantal kruisslagen. Meestal
wordt begonnen met een rondtorn: een keer om de kikker heen. Kruisslagen
zijn echter beter. De halve steek, waarmee je de kruisslagen afsluit,
dient alleen om te zorgen dat de belegging niet losgaat. Er mag geen
kracht op de halve steek komen en je hoeft hem dus ook niet erg strak
aan te trekken. Je zult merken dat deze halve steek redelijk makkelijk
los te maken is.
Verder geldt dat ook de halve steek kruislings over de kikker gelegd
moet worden (en niet rond zoals de rondtorn). |
 |
Achtknoop
| De achtknoop wordt meestal gebruikt
om het einde van een schoot te verdikken, zodat deze niet vanzelf
uit de blokken of leiogen kan lopen. Een achtknoop is altijd weer
gemakkelijk los te maken. |
 |
Platte knoop
| Wanneer je twee einden van gelijke
dikte aan elkaar vast wilt maken, gebruik je de platte knoop. Een
bezwaar is dat een platte knoop nogal vast kan gaan zitten als er
veel kracht op staat. Dan kun je beter een schootsteek gebruiken.
Een dubbelslippende platte knoop leggen veel mensen in hun schoenveters. |
 |
Schootsteek
| De schootsteek dient om twee
lijnen van ongelijke dikte aan elkaar te zetten (en is overigens ook
prima geschikt voor touwen van gelijke dikte). In gladde kunstof lijn
kun je beter een dubbele schootsteek maken. Daarbij haal je het einde
nog een keer om de knoop heen en steekt hem nogmaals onder zicht zelf
door. |
 |
Paalsteek
| Met een paalsteek kun
je een niet-schuifbare lus maken in het einde van een lijn. Die lus
kun je dan mooi om een paal leggen. Je kunt de paalsteek op veel manieren
toepassen. Leer hem dus goed, dan heb je er veel plezier van. Als
je goed kijkt zie je dat de knoop zelf het zelfde eruit ziet als een
schootsteek.
Met een beetje buigen en "kneden"
komt hij altijd los.
Mooi voorbeeld: een lus om een trekhaak:
zit altijd vast maar kan weer gemakkelijk losgemaakt worden.
LET OP: Voor gebruik aan boord is
het beter om het uiteinde van de lijn aan de buitenzijde te eindigen
en niet binnen de lus.
|
 |
Slipsteken
| Van bijna alle gewone
knopen kun je ook een slippende uitvoering maken. Deze zijn dan gemakkelijker
los te maken. In je schoenveters leg je meestal een dubbele slipsteek.
Vooral zijn op het water bekend: de slippende halve steek, twee halve
steken met de eerste of de tweede slippen, de slippende mastworp. |
|
|